De kern van zorgbreed werken
is ieder kind optimale ontwikkelingskansen bieden
volgens de draagkracht van de school.

We werken aan de ontplooiing van elk kind en steunen hierbij op een brede zorg.

 

Op onze school streven we ernaar de eigenheid van elk kind een plaats te geven. Om tegemoet te komen aan de noden van elk kind omringen we hen met zorg op drie niveaus.

1. De 1e-lijnszorg: de algemene zorg.

Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen unieke manier, ook wat het leren betreft.  Soms gaat dat, ondanks extra aandacht en ondersteuning van de klasleerkracht, niet vanzelf.
Om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de onderwijsnoden van al onze leerlingen, gaan we als volgt te werk:

-         Beeldvorming:

De klasleerkracht is de spilfiguur voor wat het nabij opvolgen van de ontwikkeling van elk kind betreft. We proberen een zo volledig mogelijk beeld van elke leerling op te bouwen via het observeren tijdens het klasgebeuren, via toetsen, via gesprekken met ouders,…
Hierbij hebben we zowel aandacht voor de leerstofinhoudelijke als voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind.

Aan het einde van elk schooljaar worden er steeds overgangsgesprekken voorzien. Samen met het zorgteam bespreekt de huidige klasleerkracht de leerlingen met de nieuwe klasleerkracht. In combinatie met de informatie die de ouders ons begin van elk schooljaar bezorgen via het zorgformulier willen we werken aan een goede doorstroming.  Op die manier trachten we van bij de start elk kind zo goed mogelijk te begeleiden.

-         Afstemming aanpak op noden van het kind:

Vanuit de beeldvorming wordt het voor ons duidelijk welk onderwijsaanbod uw kind nodig heeft. Hierbij hebben we zowel oog voor kinderen met een trager leerritme als voor kinderen die sneller vorderen.

Reeds van in de kleuterklasjes krijgen de kinderen activiteiten aangeboden die aansluiten bij hun ontwikkelingsniveau.

Een eerste aanbod tot differentiatie wordt geboden vanuit de gehanteerde methoden van taal en wiskunde.
Daarnaast voorzien we in de eerste graad klasinterne zorg met ondersteuning door de zorgleerkracht en worden er taken op maat van het kind aangeboden via werkvormen als contractwerk en hoekenwerk.

2. De 2e lijnszorg: de extra zorg.

Soms stellen we vast dat de zorg binnen de klas toch niet voldoende blijkt te zijn om bepaalde moeilijkheden op te vangen.  Dan wil het zorgteam er zijn om voor het kind, de klasleerkracht en de ouders een leeromgeving te creëren op maat van het kind.

De zorgleerkracht ondersteunt de klasleerkracht bij het remediëren van de leerstof.
Het streefdoel van de zorgklas is uw kind individueel te begeleiden tot op het moment dat het de basisleerstof op klasniveau kan meevolgen.
Brede zorg omvat echter meer dan het leerstofinhoudelijke domein.  Ook aan sociale, emotionele en karakteriële problematieken schenken we de nodige aandacht.

We proberen uiteraard  ook meerbegaafde kinderen een extra stimulans te bieden.

Daarnaast trachten we op vlak van zorg ook van elkaar te leren. Uitwisselen van ervaringen tijdens  besprekingen van kinderen verrijkt de aanpak van bepaalde moeilijkheden.

3. De 3e-lijnszorg: de specifieke zorg.

Soms stoten we op 'bijzondere zorgvragen', die we als school niet alleen kunnen beantwoorden. Hiervoor werken we samen met externe instanties zoals CLB, scholen voor buitengewoon onderwijs en gespecialiseerde centra (revalidatiecentrum, logopedisten, kinesisten, psycholoog, …).

Deze ‘bijzondere zorgvragen’ worden op een MDO (Multidisciplinair Overleg) besproken in aanwezigheid van ouders, directie, CLB-begeleider, klasleerkracht, evt therapeuten, zorgteam…

 

- Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB)

Vanuit het CLB worden we zowel door de psychologen als door de maatschappelijke assistenten ondersteund bij het opsporen van hardnekkige leerproblemen en bij de begeleiding van ernstige sociaal-emotionele problemen.

Anderzijds zijn er ook de schoolarts en de sociaal verpleegkundige die mee instaan voor de lichamelijke gezondheid van onze leerlingen.

Het CLB is er ook voor ouders. Ouders kunnen zich steeds rechtstreeks wenden tot het CLB.

-      Externe diensten

We vinden het van groot belang om regelmatig te overleggen met de therapeuten die onze leerlingen extra ondersteunen. Via heen- en weerschriftjes trachten we de aanpak binnen de therapie zoveel mogelijk af te stemmen op de aanpak binnen de klas. De externe begeleiders worden ook uitgenodigd tot de MDO’s.

-      Scholen voor buitengewoon onderwijs:

Scholen voor buitengewoon onderwijs ondersteunen ons bij het organiseren van geïntegreerd onderwijs (GON). Deze ondersteuning bestaat erin dat een leerkracht, logopedist(e) of kinesist(e) uit een school voor buitengewoon onderwijs een aantal uren per week naar onze school komt om een kind met attest voor buitengewoon onderwijs individueel te begeleiden.

4. De samenwerking met ouders.

We willen ouders zoveel mogelijk betrekken bij het onderwijsleerproces van hun kind. Ze zijn een onmisbare schakel om het onderwijsleerproces optimaal te realiseren. Ouders kennen immers hun kind het best en beschikken vaak over belangrijke informatie die wij nodig hebben om ons onderwijsaanbod zo goed mogelijk te sturen. Daarom hechten we een enorm belang aan de communicatie met en de betrokkenheid van ouders. Het is de rode draad doorheen alle niveaus van zorg binnen onze school.

Alleen een respectvolle communicatie tussen school en ouders biedt een vruchtbare bodem voor een optimale ontwikkeling van het kind. Het is uiteraard de bedoeling dat ouders  het domein van schoolse leerprocessen beamen en respecteren. Anderzijds houdt de school rekening met de heersende gezinsstructuur.

Het is van belang dat kinderen voelen dat ouders en leerkrachten in positieve verstandhouding samen werken. Dit komt het onderwijsleerproces enkel ten goede. Eender welk probleem moet dan ook zo vlug mogelijk gemeld en besproken worden.

5.Onze draagkracht.

Kleuterleidsters en leerkrachten zetten hun beste beentje voor. Toch is het ook voor hen niet altijd mogelijk om voldoende tegemoet te komen aan de onderwijsnoden van een leerling. Het is vanuit deze optiek dat we als school onze draagkracht bepalen. Hierbij willen we zowel aandacht schenken aan de zorg voor onze leerlingen als aan de zorg voor de leden van ons schoolteam. Wat houdt dit concreet in?

Een school voor gewoon onderwijs kan een leerling weigeren of doorverwijzen wanneer ze ervan overtuigd is dat haar draagkracht onvoldoende is om tegemoet te komen aan de onderwijsnoden van deze leerling. Dit gebeurt steeds in overleg met een neutrale partner, in dit geval het CLB. Het is haar taak om zo objectief mogelijk te bepalen of de draagkracht van de school inderdaad overschreden is en de leerling een andere vorm van onderwijs nodig heeft. Hierbij hanteren we volgende criteria:

·       Het kind moet zich goed blijven voelen binnen de school.

·       Het kind moet zich blijven ontwikkelen en leerwinst blijven maken.

·       De klassituatie moet werkbaar blijven.

·       Het welbevinden van de leerkracht mag niet over het hoofd gezien worden.

·       De veiligheid moet gegarandeerd blijven.

Als alle voor de klasleerkracht haalbare middelen uitgeprobeerd zijn en engagement van externen ontoereikend blijkt, moet er overleg gepleegd worden naar doorverwijzing. Een doorverwijzing ervaren wij niet als falen van ons zorgbeleid, maar wel als het creëren van nieuwe kansen naar verdere ontplooiing voor het betreffende kind.

6. Besluit

Onderwijs en opvoeding zijn een werk van vele handen. Samen staan we sterk. Onze school wordt gedragen door het hele team. We werken, overleggen en streven samen naar een voortdurende kwaliteitsbewaking- en verbetering. We staan hierin echter niet alleen. We erkennen onze partners in de opvoeding en het onderwijs van kinderen. Onze zorg voor zorg wordt gedeeld met verscheidene betrokkenen waarbij het respectievelijke aandeel van ouders, schoolbestuur, leerkrachten en externe begeleiders onze bijzondere waardering geniet.